Home
Contact

Hyper

Wat is hyperglycemie en in welke omstandigheden denk je eraan?
Hyperglycemie betekent een te hoge glycemie, dit wil zeggen een te hoge bloedsuikerspiegel. Om niet steeds de lange term hyperglycemie te moeten gebruiken, gebruiken we vaak afkortingen om een verhoogde bloedsuikerwaarde aan te geven zoals bijvoorbeeld 'hyper' en meer uitgesproken 'High',…
High is de Engelse term voor hoog en komt afgekort voor als HI op het scherm van vele bloedglucosemeters wanneer een dermate hoge bloedsuiker gemeten wordt, dat de glucosemeter geen precieze meting meer kan uitvoeren.

Zo'n hyperglycemie kan voorkomen bij:

Hoe herken je hyperglycemie?
De kenmerken van hyperglycemie treden meestal progressief en relatief traag op. Meestal zien we de klachten verlopen over enkele uren, soms zelfs dagen. In termen van uren tot dagen kunnen de volgende symptomen van hyperglycemie je waarschuwen:

Hoe ontstaat  een hyperglycemie?
Bij een hyperglycemie is er een probleem met de glucosehuishouding.
Er is een gebrek aan insuline of de aanwezige insuline kan niet effectief werken, waardoor de glucose zich gaat ophopen in het bloed en er een hoge bloedsuikerwaarde gaat ontstaan. De cellen vragen om energie en zenden signalen naar de lever om suiker vrij te geven. Indien op dat ogenblik niet wordt ingegrepen, gaat deze verhoging van bloedsuiker steeds verder in een versnellend tempo, met alsmaar verdere stijging van de glycemie tot gevolg.
Hier stopt het verhaal meestal bij mensen met type 2 diabetes. Bij deze vorm van suikerziekte is er immers nog insuline. Dit in tegenstelling tot mensen met type 1 diabetes waarbij de situatie verder kan evolueren. Indien het insulinetekort niet verholpen wordt, krijgen de cellen (vb spiercellen) geen toevoer van glucose 'als brandstof' en gaan de ongelukkige cellen protesteren. Er wordt dan overgeschakeld naar verbranding van vetten als energiebron, waarbij er een omzetting is van vrije vetzuren naar ketonen. Deze ketonen kunnen opgespoord worden in de urine door middel van een strip. Eén glucosemeter biedt de mogelijkheid om met een specifieke strip, ketonen op een bloedstaaltje (vingerprik) te bepalen. Het probleem is nu dat deze ketonen het lichaam verzuren.
Dit schept een gevaarlijke situatie die levensbedreigend kan zijn, indien niet wordt ingegrepen. De enige oplossing is het doorbreken van deze vicieuze cirkel door het toedienen van vocht en insuline.

Wat  te doen bij een acute ontregeling?

1. Je neemt enkel dieet of neemt enkel medicatie
Het voornaamste risico van een acute ontregeling bij mensen met type 2 diabetes is uitdroging. Deze ontstaat door de sterke verhoging van de bloedsuikerwaarden, waardoor veel suiker verloren gaat in de urine. Deze glucose trekt als het ware water mee, waardoor je meer gaat wateren. Wanneer je onvoldoende drinkt, ga je uitdrogen, wat op zich weer een bloedsuikerverhogend effect heeft.

  1. Eerste regel is dan ook: probeer steeds voldoende vocht in te nemen.
    Drink steeds voldoende suikerarme dranken en eet licht verteerbare zaken.
  2. Bij bovenvermelde klachten of ziekte dien je je bloedsuikers te meten. Als je zelf geen zelfcontrole van je bloedsuiker kan uitvoeren, verwittig dan je huisarts en vraag hem om een bloedsuikermeting.
  3. Bij gebruik van bloedsuikerverlagende tabletten is een eenmalige waarde tot 250 mg/ dl geen reden tot paniek. Zo echter continu stijgende bloedsuikerwaarden zich voordoen of bij braken dien je contact op te nemen met je behandelende arts. Bij ziekte, misselijkheid, braken, dien je je medicatie verder in te nemen. Het innemen van een extra pillletje heeft onvoldoende effect op het dalen van je bloedsuiker op korte termijn. In bepaalde situaties zal omwille van de verhoogde insulinenood, insulinetoediening noodzakelijk zijn.

2. Wat te doen als je insuline spuit?

  1. Regel 1: Voldoende drinken. 
    Ondanks een hoge bloedsuiker blijf je koolhydraten innemen. Wanneer je geen koolhydraten uit de voeding aanvoert, zal het lichaam immers ook overgaan op vetverbranding, met de bovenvermelde gevolgen. Je eet daarom best koolhydraten onder vorm van brood, toast, muesli en fruit in de mate van het mogelijke. Is dit onmogelijk, neem dan licht gesuikerde drank ( geen light!), telkens in kleine hoeveelheden en verspreid over de tijd.
  2. Regel 2: bloedsuikerwaarden regelmatig controleren.
  3. Regel 3: insuline blijven inspuiten en de dosis verhogen volgens een afgesproken aanpassingsschema. Zo deze aanpassing niet afdoende is, contacteer je best je arts.
  4. Regel 4: bedacht zijn op het ontwikkelen van de vermelde ketonen, met gevaar voor ketoacidose. Daarom dien je, buiten een glycemie controle, ook zeker een ketonen meting uit te voeren wanneer je glycemie hoger is dan 250 mg/dl en wanneer je ziek bent of je echt niet goed voelt ( zelfs bij lagere bloedsuikerwaarden)
    Bij hyperglycemie en gestegen ketonenwaarden dien je de insulinedosis extra te verhogen.
    Indien je geen daling van de bloedsuikerwaarden mét verdwijning van de ketonurie bekomt, contacteer je een arts.


Te doen!

Bron: www.diabetes.be

 

© Diabeteswerkgroep Halle - Artsenkring Halle e.o. - SEL Zorgnetwerk Zenneland: Alsembergsestw. 89 | 1501 Buizingen